Interview Hans Kreijns

Geplaatst op 11 januari 2006

(delen uit een interview door Mart Smeets in Sport International, 1986)
“De gekste kaart ooit? Nou…ik heb al wat in handen gehad, maar ik herinner me nog altijd dat ik met een dame, een tamelijk oude dame, speelde. Ik pak mijn kaarten op, kijk en zie ruiten aas, koning en zo naar beneden, elf ruiten achter elkaar, schoppen vrouw en een klein schoppentje. Ik open, natuurlijk twee klaveren… grote forcing… die dame diende dus antwoord te geven, maar ze paste. Ik heb toen maar zelf zes ruiten geboden en gemaakt. Maar het is een heel gek gezicht als je zo elf kaarten van dezelfde kleur op rij in je hand krijgt. Ik heb twee keer gekeken.”

hans ijsje 1.JPG“Ik ben honderd procent Rotterdammer. Uit het centrum…geboren Delftse Vaart, tegenover het Haagse Veer…zeer lang gewoond. Ik ben op 27 mei 1928 geboren, op de dag dat het Nederlands elftal tegen Uruguay speelde… Nederland verloor met 2-1. Ik werd om zes uur in de ochtend geboren…een Rotterdams zondagskind dus… (lach)…en een vroeg kind op de zondag.”

“Met bridge ben ik begonnen bij de Eendracht, een afscheiding van Bridgekring 35. Mijn ouders waren daar lid. Ik heb in de eerste klasse gespeeld met mijn moeder. We werden kampioen en promoveerden naar de hoofdklasse… Voor mijn fatsoen kon ik dat volgende jaar niets anders dan weer met mijn moeder spelen, dat begrijp je. Ik dacht toen wel “één jaartje nog” want ik moest die toestand snel loslaten… samen spelen met je moeder is misschien wel leuk als je het van een ander hoort, maar ik was er zo wild niet op! In de hoofdklasse werden we toen weer kampioen, neen, ik zit hier niet op te scheppen, we wonnen weer en toen volgden promotiewedstrijden. Die vonden op zondag plaats, dat weet ik nog goed. Pa was echter voorzitter van Leonidas en ik kon hoog of laag springen, maar ik moest voetballen en mocht niet gaan bridgen… Pa vond dat er op zondag gevoetbald moest worden. De bridgeploeg heeft het niet gered.”

“Ik heb toen tegen mijn moeder gezegd dat ik ergens anders ging spelen en daar had ze toch wel begrip voor. Ik ben naar Bridgekring 35 gegaan en kwam meteen in een sterk team terecht. Inmiddels was al bekend dat ik aanleg had en men wilde me graag in het team hebben. Ook daar werd ik weer kampioen, ik spreek nu over het jaar 1953. Lang geleden nietwaar! Ach, ze zeggen wel eens “wat goed is komt snel” en misschien ging dat voor mij toen ook wel op. Ik speelde beter dan je mocht verwachten van een jonge vent, ik speelde snel, doorzag moeilijke situaties goed. Ja, ik was een stukkie beter dan de rest. Of ik echt goed was? Laat ik eerlijk zijn, ja. Ik speelde in die tijd behoorlijk goed bridge.”

hans 3.jpg“Je mag nooit in een partij zeggen, die schoppen tien had ik niet gezien”, of “dat kleine klavertje kan ik mij niet herinneren”… dat is flauwe kul, daar mag een echte bridger zich niet achter verstoppen. Hoe gek het ook mag klinken, maar voor bridge heb je een goede fysieke gesteldheid nodig. Als je je rot voelt, ga je minder spelen… let maar op. Ja, ik heb me altijd heel goed kunnen concentreren. Als ik zit te spelen, kunnen ze een orkest naast me neerzetten of een strip-tease mevrouw, ik merk daar niets van, als ik speel, speel ik. Ik laat me door niets en niemand afleiden… wat er naast de tafel gebeurt, gaat langs me heen! Dat heb ik van vroeger af aan. Ik ben niet de enige hoor, heel veel topbridgers hebben dat. Kijk, je hebt in feite één korte, gerichte concentratie nodig… vijf , zeven minuten, dat is alles. Bij schaken moet je vijf uur alert blijven, hier gaat het om een hele korte tijd waarin je heel scherp dient te zijn. Dat is alles! Een klein stukje concentratie verlies in een bridgepartij kan fataal zijn, even opkijken, even naar iets kijken dat inde ruimte plaats vindt waar je zit te spelen… weg concentratie!”

“We werden in 1966 in Amsterdam wereldkampioen. Eerst hadden we het Sunday Times toernooi gespeeld, in februari. Dat was een ontmoeting tussen de zestien sterkste paren ter wereld, een uitnodigingstoernooi. Je kwam daar op eigen kosten… een fantastisch toernooi dus. Daarna werden er wedstrijden gespeeld op kosten van de organisatie. Zo hadden we Engeland tegen de rest van de wereld. Dan speelden we met een Italiaans en Amerikaans paar samen… ja leuk, fantastisch. Het Mayfair theater zat dan stamp en stampvol, duizenden mensen die op zo’n bridgepartij afkwamen… kan jij je nauwelijks voorstellen hè? Op zulke toernooien werd heel scherp gespeeld en daar maakten Slavenburg en ik naam. We kwamen in vorm, om het zo maar te zeggen. Daarna zijn we naar Spanje gegaan voor een toernooi, toen naar Italië en vervolgens op een holletje naar Amsterdam waar de wereld kampioenschappen paren begonnen.”

“We begonnen goed, zaten steeds bij de beste paren… ik geloof dat we lange tijd vierde stonden. Er plaatsten zich 36 paren voor de finale en toen ineens stonden we eerste. Toen zakten we weer wat. Het werd steeds spannender… de laatste dag stonden we weer vierde, maar de eerste partijen liepen heel goed. We kwamen toen tegen een Zweeds paar, zij maakten twee hele domme fouten en wij kregen ineens een hoop punten… toen ging het erom. Wat we eigenlijk niet wisten was, dat we de koplopers heel dicht genaderd waren… we stonden drie met een hele kleine achterstand op paar nummer één. Garozzo en Mayer waren heel sterk, Jacobi en Fisher, de Amerikanen leken te gaan winnen en toen liet de computer het ineens afweten. Dat ding stond toen nog in de kinderschoenen en de zaak ging kapot. Ging men de berekening met de hand doen en toen kwamen wij ineens als wereld kampioen naar voren… het duurde even, dat weet ik nog.”

“De prijsuitreiking was ’s avonds. Eerder waren we al in de rondte gehost, iedereen was enorm blij, er heerste een hele vrolijke stemming… groot feest. Iedereen was blij. Wij? We hadden heel goed gespeeld en waren heel diep gegaan, we waren leeg, dat weet ik nog. Wereldkampioen worden… ik denk dat je het kunt vergelijken met een huwelijksdag… dat onderga jezelf het minste!”
Hans 4.JPG “Valsspelen! Het is zo’n groot woord. Valsspelen is ook oninteressant. Het wordt ook altijd ontdekt. Als het aan een tafel gebeurt, waar ik bij aanzit, zeg ik meteen of we met die ongein op kunnen houden! Ja, ik merk dat meteen. Ik heb wel meegemaakt dat iemand als het ware biedingen voor zijn partner zat te doen. Kan niet, Iemand die te lang denkt…die de morele druk op zijn partner legt, die bepaalde dingen duidelijk maakt. Afspraken misschien wel. Dat komt allemaal voor en een beetje bridger voelt dat aan.”

“Of ik de Godfather van het bridge in Nederland ben? Nee, Kaiser eerder dan ik. Hij is een oude nestor… nee , hij eerder dan ik. Ik speel nog gewoon, met jonge kerels, maakt me niet uit.”

“Ja, misschien kan ik best de hele dag over bridge praten… op een gegeven moment wordt het wel ouwehoeren, denk ik. Maar bridge beheerst wel mijn leven, nog altijd. Ja, vanmiddag ga ik nog wel een kaartje leggen.”

“Als ik nooit bridge had geleerd? Misschien was ik zakenman geworden! Ik was in het voetbal gebleven, dat weet ik zeker. Ik ga ’s zondags naar het voetbal, indien mogelijk. Wat ‘indien’, oh ja, ik ga naar het voetbal als ik niet bridge. Ik denk dat ik een heleboel mensen nog veel kan vertellen en veel kan leren, van voetbal bedoel ik.

1 reactie op “Interview Hans Kreijns”

  1. Kees en Nel den Dulk schrijft:

    Hardstikke leuk dit interview te lezen. Wij kennen Hans vanuit de bridgeclub “De Brug ” in Katwijk waar hij samen met Slavenburg en de rest van het nederlandse team een onvergetelijke avond heeft georganiseerd in de vorm van een biedwedstrijd. Zelf mocht ik wel eens met hem mee ´smiddags naar de Groothertoginnelaan in Den Haag waar ze zo`n honderd spelletje per middag speelden. Hij rookte toen Golden Fiction. Hartelijke groeten van ons in Moraira Spanje (Alicante) en we denken nog met veel plezier aan jou als zeer sympathieke topspeler terug. Op naar de 100 j.

Geef een reactie